Burgemeesterscolumn: Op het randje

Een tijdje geleden schoof ik aan voor een lunch met een groep ‘daklozen’ bij het Leger des Heils in Emmen. Het eten was prima, en het gesprek nog beter. Een van de mensen liet mij al snel zijn enorme Feyenoord- tatoeage zien op zijn rechterarm, “want de burgemeester was fan, jatochnietdan?”. Het is ook wel een nadeel als iedereen weet dat de burgemeester aanschuift; er zit dan toch een soort rem op.

Daarom deed ik graag mee aan de studiedag Burgemeester Undercover. Op zo’n dag zoek je ook de ‘randen van de samenleving op’. Maar nu gebeurt dat in een andere stad, waar niemand je kent.

En zo zit ik al iets na zevenen te ontbijten op de kamer van mijn collega in Utrecht. Ik ken hem goed omdat we samen in het hoofdbestuur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten zitten. Er zijn nog vier andere collega’s. Het uitzicht op de twintigste verdieping met een opgaande zon is adembenemend. We krijgen een beeld van de instellingen waar we vandaag naartoe gaan.

Ik word opgepikt door de directeur van Enik. Dat is een ‘Recovery College’, een soort herstelschool. Op weg naar de school vertelt mijn gastheer al van alles. Hij is zelf ervaringsdeskundige, zoals dat heet. Ik krijg een eerlijk verhaal over verslaving, eenzaamheid en opkrabbelen. Bij het eerste kopje koffie op Enik schuift meteen het aardige hoofd van de kantine aan. Ook hij vertelt me een verhaal waar minimaal drie films in zitten. “Ik ging langs het randje.” Op de ‘school’ vinden allerlei activiteiten plaats, die allemaal worden georganiseerd door mensen die eerder psychische problemen hadden of een verslaving. Ik mag aanschuiven bij het ‘schrijfatelier’, waar ik word gepresenteerd als iemand van de zorgverzekering. De opdracht ‘beschrijf je eigen fantasieland’ leidt tot mooie gesprekken. Hij werkte 25 jaar succesvol bij de Rabobank. Ineens gaat alles fout: ontslag, scheiding, schulden en “binnen enkele maanden sliep ik op een bankje in het park”.

Voor het middaggedeelte word ik meegenomen door een leidinggevende van De Boerderij. Dat gebouw staat letterlijk aan de rand van Utrecht, zo’n beetje op de vluchtstrook van de rondweg. De prachtig stralende zon slaat stuk op een trieste omgeving van troosteloze wooncabines, een soort containers. De bewoners zijn stuk voor stuk verslaafd, de vrouwen werken in de prostitutie. Maar hier krijgen ze hun medicijnen, hun dak en dat kleine beetje warmte dat een mens in leven kan houden. Een vrouw zwaait vrolijk naar me, voordat ze haar ‘huisje’ binnen gaat, om te rusten voor een lange nacht. Een ander loopt onrustig rondjes. Zijn buurman schreeuwt om de tien minuten hard naar zijn afwezige broer, waarmee hij al jaren ruzie heeft. Ondertussen vertelt mijn begeleider onvermoeibaar over “dit prachtige werk, ik zou niets anders willen”. Met haar team probeert ze ook in de buurt enig begrip te krijgen voor deze mensen, die ergens een afslag misten.

Met een hoofd vol verhalen rijd ik weer terug naar Emmen. Ook daar leven mensen op het randje. En ook daar verdienen ze steun en respect.

Burgemeester

Eric van Oosterhout