Burgemeesterscolumn: Dorpskerk

Het is een bijzonder gezicht. Op het volle Marktplein staat voor de kerk een lange rij. Daarnaast staat een ‘steile wand’ opgesteld, waar motoren hard langs kunnen rijden. Gelukkig is het nu even stil. De wachtende mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd. Zij komen om afscheid te nemen van de lieve koster Freddy. Hij was niet alleen van de kerk. Met zijn markante verschijning was hij het gezicht van de kerk en het plein, ook voor mensen die niet zoveel op hebben met de kerk. Hartelijk, belangstellend, lachend en vaak met een sigaretje. Een mooie kerel, die ik voor de grap wel eens ‘mijn collega’ noemde. Binnen hangt die typische sfeer van dit soort bijeenkomsten: verdrietig, zachte gesprekken en ook wel weer warm.

Twee dagen later ben ik in een andere kerk. Na een fusie van wat kerkgenootschappen wordt het vernieuwde kerkgebouw van Schoonebeek in gebruik genomen. De burgemeester is gevraagd om ook het woord te voeren. Dat is altijd wat zoeken. De kerk is niet ‘de staat’, maar ze liggen wel uitdrukkelijk in elkaars verlengde. Raadsleden handelen vanuit een overtuiging, die religieus kan zijn. Daar kunnen kruisjes en hoofddoekjes ook uitingen van zijn. Dat respecteren we.

Kerkgemeenschappen kunnen de gemeente versterken, door aandacht te besteden aan thema’s als eenzaamheid en naar elkaar omkijken. Ook als je niet direct tot een kerk behoort, zijn de brieven van Paulus een mooie richtlijn: “(…) als ik de liefde niet had, zou ik enkel een klinkend metaal zijn”. Fijne woorden om uit te spreken in een mooie kerk.

De predikant onderstreept mijn woorden met de zeven huisregels van de kerk. Geen zware geboden, maar mooie richtlijnen die ook in de gewone gemeente niet misstaan: “We accepteren elkaar zoals we zijn”, “we mogen bij fouten opnieuw beginnen” en “we leven met elkaar mee”.

Na afloop van de bijeenkomst in de kerk doe ik nog even wat boodschappen bij de plaatselijke supermarkt. Er staat buiten een rij winkelwagentjes die je zonder muntje kan pakken. Mooi. Dat is ook Schoonebeek. De dochters komen het weekend langs, dus ik haal weer veel teveel. Bij de kassa liggen er al wat andere boodschappen op de band. De caissière kijkt wat nerveus rond. De oude mevrouw die ze erop heeft gelegd, scharrelt ondertussen weer vrolijk met haar rollator door de winkel. De rij wordt langer, en we wachten geduldig. De caissière speurt de vrouw op, die op haar dooie akkertje nog wat spulletjes op de band legt. Ik geef een man achter mij een knipoogje. Ze vindt het goed als ik haar wat help. Voorzichtig doe ik de boodschappen in het krappe plastic tasje en zet het op haar rollator. Dan moet er ook nog worden betaald. De rij is inmiddels al aardig opgelopen. Sommigen maken een praatje, anderen kijken vriendelijk naar de vrouw.

Wanneer ik even later met een volle kar naar buiten kom, zit ze net in een taxibusje. Ze steekt een beetje bevend haar rimpelige hand op.

We leven met elkaar mee.

Burgemeester
Eric van Oosterhout