Burgemeesterscolumn: Spelen

Het zijn van die weekenden die je voor geen goud had willen missen. In het laatste weekend van de vakantie hebben we een huisje gehuurd op het strand van Hoek van Holland. De dames, zoals ik onze drie dochters liefkozend noem, zijn ook mee. Ze zijn inmiddels alle drie in de twintig, maar zo’n achterbank met giebelende meiden blijft goud waard.

Op zondag rijd ik nog even met de familie door de Haagse Moerwijk. Het is de buurt van mijn jeugd, die na dik veertig jaar compleet is veranderd. De portiekflats zijn afgesloten met een intercom, de buurtwinkels zijn goeddeels verdwenen en voor de gemeenschappelijke tuin achter ‘onze flat’ zit een groot hek. “Kijk, hier heb ik het voetballen geleerd. Met potjes 20 tegen 20, tot tegen zes uur alle moeders ons naar boven riepen om te eten.” Mijn lieve moeder kwam uit Zwolle en dacht dat ze Nederlands sprak. “Eerk, boov’n koomn”, klonk het dan hard in de tuin, waar wij zo plat mogelijk Jacobse & Van Es-Haags spraken. We woonden vier hoog, hadden weinig geld en waren zielsgelukkig met een plastic bal.

In de zomervakantie ben ik op een kindervakantiekamp op de Veluwe. De kinderen komen allemaal uit de gemeente Emmen. Zo’n veertig kinderen en tien begeleiders. Al snel voetbal ik een potje mee. Want na veertig jaar blijft dat nog steeds een leuk spelletje. We spelen met een bal waar ik vroeger alleen maar van kon dromen. Het is een van de weinige luxere zaken waar deze kinderen mee in aanraking komen. Voor vakantie is in ieder geval geen geld. Daarom zijn deze kampen zo mooi. De begeleiders lopen in middeleeuwse kleding rond, zodat de kinderen permanent in een soort sprookje denken te zijn beland. En elke dag wordt een ‘Ridder van de dag’ gekozen. Het ‘Riddermannetje’ van de dag staat zo te stralen dat ik er een brok van in de keel krijg. Armoede en complimentjes gaan vaak slecht samen.

Een aantal kinderen kom ik weer tegen op een afsluitende spelweek in Emmen. “Hoi burgemeester, leuk dat u er weer bent.” Met hulp van heel veel sponsoren en vrijwilligers zijn de kinderen drie dagen bezig gehouden. Als afsluiting doen ze nog allerlei spelletjes. Er zijn ook nog prijzen te winnen, dus ze doen aandoenlijk hun best. Het begint te regenen, maar geen van de kinderen lijkt zich daar veel van aan te trekken. Als je plezier hebt, kijk je niet op een druppeltje.

De burgemeester mag de prijzen uitreiken. Op het toneel kijk ik een zaal in waar tientallen kinderen met vermoeide natte koppies zitten. Als ze een prijsje krijgen, veren ze even op. De burgemeester krijgt een hand, soms de goede. Een mannetje veegt met zijn goede rechterhand eerst de neus even schoon, om dan de burgemeester een hand te geven. Ik gun hem een tuin om tot in de schemering 20 tegen 20 te voetballen. Met een lieve moeder die hem binnenroept om lekker te eten.

Burgemeester
Eric van Oosterhout