Burgemeesterscolumn: De Kop leeg

“Drenthe, een provincie die ik onmiddellijk associeer met fietsende vutters. De vut bestaat niet meer, maar het was een regeling van vervroegde uittreding, zodat je al kon stoppen met werken, terwijl je nog wel kon fietsen.”

Daar gaan we weer. Drenthe heeft zoveel te bieden. Maar als je het een gemiddelde Nederlander vraagt, kom je niet veel verder dan hei, hunebedden en … fietsende bejaarden.

Nu is een psychiater aan het woord die notabene strijdt tegen vooroordelen. Ik zou beginnen met het bestrijden van je eigen vooroordelen. Ga kijken in Drenthe en je krijgt een ander beeld. Op een zonnige zaterdagochtend kom ik een aantal collega’s van deze psychiater tegen. Zij hebben wel de moeite genomen om “helemaal naar Drenthe te komen”. Er is zelfs een psychiater uit Amerika aanwezig. Zij strijden met elkaar tegen een ander vooroordeel: dat gaat over mensen met psychische problemen. Het idee is om al fietsend hierover door te praten. Fietsen is immers een beproefd recept tegen bijvoorbeeld depressies.

Als ik arriveer bij de wielerbaan, zijn er al heel wat mensen. We gaan op de mountainbike. Drentse burgemeesters hebben haast verplicht een racefiets en een mountainbike. Ondertussen krijgt de groep een korte cursus ‘Groepfietsen’ van de leuke vrijwilligers van de wielervereniging.

Dan gaan we los. Twee aan twee fietsen we van de wielerbaan richting het bos achter Weerdinge. Ik ken mijn achtertuin als mijn broekzak (rare uitdrukking eigenlijk). Maar we hebben ook de nodige Randstedelingen om ons heen, die hun ogen uitkijken: “Wat is het hier mooi.” Zeker.

Het blijkt inderdaad makkelijk praten tijdens een rustig fietstochtje. Twee tieners vertellen om de beurt over hun ervaringen met een zwaar depressieve vader. Ze zijn bijzonder openhartig: de lange aanloop, het verblijf in een kliniek gedurende acht maanden en het voorzichtige herstel. “Papa zat dan wel aan tafel, hij at ook wel wat, maar als hij maar net klaar was, ging hij weer in zijn stoel voor zich uit zitten kijken.” Ze hebben niet veel aan hem, zelfs helpen bij huiswerk wordt steeds minder. Lastig ook om het erover te hebben met je vrienden: “Als hij een been had gebroken, had je dat kunnen zeggen. Maar hoe praat je over een depressieve vader?” En ook: “Ik ben er vriendinnen door kwijt geraakt, maar heb er ook wel één bijgekregen.” Ze zijn voorzichtig hoopvol over de toekomst. “We maken weer grapjes en we zijn met zijn allen naar Pinkpop geweest. Dat was spannend, maar ook wel weer mooi.” Morgen gaan ze op vakantie. Papa rijdt weer, dat vindt hij mooi. Ze hebben als familie niet zo heel veel nodig. Geen geld, geen bloemen, hoogstens wat begrip, een luisterend oor en vooral geduld. Want één ding is zeker: van psychische problemen zoals een zware depressie ben je niet zo af.

Na anderhalf uur zijn we weer terug op de wielerbaan. Het was een mooi tochtje. “Ik heb de kop weer leeg”, zeg ik dan wel eens. Maar nu zit de kop vol met indringende verhalen over een onderschatte volksziekte.

Burgemeester
Eric van Oosterhout