Burgemeesterscolumn: Hebelermeer

De wind waait stevig over het knusse voetbalveld van Hebelermeer. We zijn net over de grens bij Twist. De weg erheen was zo slecht dat het hobbelige fietspad langs de Weerdingerstraat een biljartlaken lijkt. Voor de vierde keer wordt hier de interland gespeeld tussen Nederland en Duitsland. “Jongen, overdrijf niet zo”, zou mijn moeder zeggen. Ze heeft weer eens gelijk. Want eigenlijk is het een wedstrijdje tussen een vertegenwoordiging uit Zuidoost-Drenthe en een selectie van Duitse spelers die net over de grens wonen. We hebben wel echte oranje shirts. Het wachten is op de haringmeisjes. Ze gaan de spelers voor. Wij lopen elk met een Duits jongetje aan de hand het veld op. Dan volgen de volksliederen. Een fanfare geeft een heel eigen vertolking van het Duitse volkslied en speelt het Wilhelmus bijna net zo zuiver als de spelers zingen.

 

Het is al de vierde keer dat deze wedstrijd er is. Er voetbalt van alles wat: ondernemers, een bankdirecteur, een advocaat, de centrummanager en op de goal persmuskiet Bennie Wolbers. Ondanks zijn leeftijd doet hij het opvallend goed. Ik doe het kalm aan. Mijn collega burgemeester van Twist heb ik bij het begin gezien, maar hij staat al in trainingspak langs de kant.

 

Het wordt 4-4, dus moeten strafschoppen zorgen voor de beslissing. De eerste ‘penal’ is voor de burgemeester. Even voel je je weer dat jongetje dat bij het schoolkampioenschap die belangrijke 11 meter moet nemen. Ook toen al aanvoerder. Als je tegen de zestig loopt is de snelheid er wel uit, maar een strafschop gaat er altijd nog feilloos in. Binnenkantje paal. Dat zijn de beste. We winnen. Het is vandaag precies dertig jaar geleden dat we ook van de Duitsers wonnen. Toen Hamburg, nu Hebelermeer.

 

Als ik ’s avonds moe maar voldaan in het uitverkochte Atlas Theater zit, meen ik de champagne in mijn haar nog te ruiken. Lohues zingt prachtige liedjes en praat de zaak vlot aan elkaar. Hij houdt niet van voetbal, maar is wel heel trots op het kampioenschap van FC Emmen. De dag erop is hij te gast bij een praatprogramma op tv. Daar was ik ook voor uitgenodigd, maar voor vijf minuten ga ik niet naar de hoofdstad. Trainer Lukkien ook niet, dus hij is vanuit een hotel in Emmen aan de lijn. “Is er dan een hotel in Emmen”, vraagt de Hollandse presentatrice? Lohues windt zich er nog over op. En terecht.

 

In het weekend voel ik de spieren van de interland nog. Een stevig racefietstochtje maakt dat er niet beter op. Onderuit gezakt zit ik ’s avonds te kijken naar een andere interland: Zweden tegen jawel Duitsland. Het tempo ligt iets hoger dan in Hebelermeer. Zweden komt op voorsprong. Onze Oosterburen lijken uitgeschakeld. Dat vinden we op de een of andere manier nooit erg. De scheids laat schandelijk lang doorspelen. Dan gebeurt het toch. Het is zoals de bekende voetballer Gary Lineker zei: “voetbal speel je met 11 tegen 11 en aan het eind winnen de Duitsers”. Klopt, behalve in Hebelermeer.

 

Burgemeester

Eric van Oosterhout