Burgemeesterscolumn: Vrijwillig

Het gaat snel. Zo word je in 2007 burgemeester. En zo mag je ruim tien jaar later je ervaringen delen met collega’s die het vak nog moeten leren. Ik vertel over mijn belevenissen als burgemeester in het ‘klasje’, waar iedere nieuwe burgemeester het vak leert. Toevallig was mijn ‘klasje’ uit 2007 afgelopen vrijdag te gast in Emmen. De meeste zijn nog steeds net als ik met veel plezier burgemeester. Maar er zijn ook mindere ervaringen. Dat vertel ik ook de nieuwe burgemeesters. Het is niet altijd taart met slagroom in Burgemeesterland.

Zo neem ik ze mee in de wereld van ‘7 dagen 24 uur telefoon op zak’ en van het ene op het andere moment in een drama belanden. Ik laat wat filmpjes en krantenkoppen zien van de ellende die ik voorbij zag komen. De Boerderijbranden, de moord op de drie ‘jongetjes van Schoonloo’ en natuurlijk de gruwelijke brand in Emmerhout waar het meisje en het jongetje omkwamen. Ik laat de foto met de berg knuffels voor het zwartgeblakerde huis iets langer staan. En val stil. Het duurt even voordat ik verder kan. Slokje water helpt. Het lijkt alweer tijden geleden, maar zo’n foto haalt alles naar boven. De grote stilte, de onophoudelijke regen, en vooral de machteloosheid onder de brandweermannen. Het merendeel vrijwillig aan de slag om mooie dingen te doen. En nu alleen maar kunnen kijken. Ze zijn kapot.

Brandweermannen behoren tot een enorm leger van vrijwilligers.

Vorige week hebben we extra aandacht besteed aan de vrijwilligers in de zorg en het welzijn. Bij de opening geef ik aan dat vrijwilligerswerk bij een goede opvoeding hoort. Zo streng was mijn moeder niet, maar ik werd al op jonge leeftijd geacht mee te lopen met de collecte voor de kankerbestrijding (“doe het voor oma, ze zou trots op je zijn geweest”). Dat vormt een mensenleven. Later was ik voorzitter van de voetbalclub. Koopman op de schoolrommelmarkt. En sjouwde ik bij heel veel hardloopwedstrijden met dranghekken en richtingbordjes.

In Emmen kom ik veel mensen tegen die dat ook normaal vinden. “We zijn er op wereld om mekaar te hellepu nietwaar”, zong Leen Jongewaard. Heel veel mensen doen op allerlei manieren geheel vrijwillig belangrijk werk. Zo belangrijk, dat als morgen alle vrijwilligers zouden stoppen, de hele samenleving in elkaar zou klappen. Om te beginnen in Emmen. In de zaal zie ik de mensen voorzichtig knikken, het gaat immers over henzelf.

Laten we zuinig zijn op dat enorme legioen. En laten we ze geregeld een schouderklopje geven. Een compliment, een bloemetje of iets lekkers. En vergeet de hoofdprijs niet: een koninklijke onderscheiding. Ik heb het eerder gezegd: in Drenthe verdienen heel veel mensen een ‘lintje’. Natuurlijk onze vrijwillige brandweer. Maar ook die mantelzorger, die grensrechter, die organisator van de kindervakantiekampen en zo ga maar door. Het lijkt zo gewoon. Misschien is dat het ook, zou mijn moeder zeggen. Maar een duimpje omhoog van de Koning is wel de leukste beloning.

Burgemeester

Eric van Oosterhout