Retrovrijdag smaakt naar meer | Sfeerverslag en fotorepo

EMMEN

Zo, de kop is er af. De eerste festivaldag van Retropop 2018 zit er op. De vrijdag ging wat betreft de muzikale smaak alle kanten op. Het spits op het hoofdpodium werd afgebeten door rapper Ronnie Flex.

Die hoefde het publiek nauwelijks op te warmen, want het begin van de avond was al van zichzelf redelijk broeierig. Hoewel de hemel nog loodgrijs kleurde en er af en toe een spatje viel, werkten de weergoden goed mee. Bij die zomerse sfeer pakt de zonnige muziek van Flex geweldig goed uit. Dankzij zijn zomerse vibes miste je nauwelijks de zon die verstoppertje speelde met de bewolking.

Na enkele nummers wiegen de heupjes van het overwegend jonge publiek al lichtjes mee. „Waar is dat feestje”, vraagt hij het publiek, diverse vingers wijzen richting het podium. „Ronnie I Love You”, roept een uit de kluiten gewassen kerel hem gekscherend vanaf het veld toe, terwijl hij nog een plastic beker bier aanneemt van zijn vrienden. Wat opvalt aan de programmering is dat op zowel de vrijdag als de zaterdag een vrij jonge act de aftrap doet op een hoofdpodium. Zaterdag valt die eer namelijk te beurt aan Chef’Special. Ook Retropop gaat met zijn tijd mee.

K’s Choice

Na de uitgelaten Flex haast iedereen zich naar de No Limit stage voor de Belgische rockband rondom Sarah en Gert Bettens: K’s Choice. Deze oudgedienden gaan alweer ruim 25 jaar weer mee, maar ze spelen nog als jonge honden die nog alles te bewijzen hebben. Hun dromerige maar gespierde muziek krijgt al na twee nummers de handen op elkaar en Sarah heeft er duidelijk lol aan, getuige de brede glimlach op haar gezicht. „Ik ben speciaal uit Amerika gekomen om voor jullie te spelen en daar heb ik geen seconde spijt van gehad”, roept ze het publiek toe. Die kan Emmen in zijn zak steken.

De tent gaat pas echt uit zijn dak als het bekende ‘o-oh, o-oh-introotje van Not An Addict wordt ingezet. De band hoeft alleen maar maat te houden, het publiek neemt de zang van het eerste couplet spontaan voor eigen rekening. Uiteraard ontbreekt de tweede onbetwiste klassieker van de band ook niet en na een dampend en afsluitend Everything For Free, krabbelt iedereen de heuvel weer over om Racoon mee te pikken op het hoofdpodium.

Racoon

Tsja, Racoon. Was een beetje een vreemde eend in de bijt. Hun setlist vol ingetogen liedjes met veel akoestische gitaar leent zich beter voor een intiem theater dan voor een festival. Brick by Brick, Took A Hit, Love You More, Laugh About it, Don’t Give Up The Fight: de hemel werd niet bestormd, de voeten blijven stevig in de aarde. Love You More wordt uit volle borst meegezongen en ook Oceaan, een ode aan de zus van zanger Bart van der Weide, gaat er in als koek. Hij vertelt er en passant nog even bij dat Anne, zoals zijn zus heet, haar halve leven in Emmen heeft gewoond.

Het publiek grijpt bij Feel Like Flying even de kans om uit zijn plaat te gaan, maar daarna gaat het tempo weer op standje kalmpies aan. Je waardeert het of niet. „Als je het mooi vindt, blijf je hangen. Vind je het niets, dan sodemieter je maar op”, aldus de zanger bij aanvang van het optreden.

Fischer Z

Fischer Z, de new wave band uit de jaren ‘70 en ‘80 rond de eigenzinnige zanger John Watts, klimt na Racoon op de planken en weet een ijzersterk optreden neer te zetten. „It’s hot and steamy, so we wil play some steamy tunes”, aldus Watts bij aanvang. Maar de band, die in 2018 veertig jaar bestaat, is eigenlijk meteen al op stoom. Snelle en puntige rocknummers met een vleugje punk en venijnig gespeelde reggae wisselen elkaar af. Watts spoort tussen de nummers door iedereen aan om de wereld te verbeteren. (”Better houses, better healthcare: young people, go make it happen.”) Want de wereld wordt nog steeds geregeerd door ‘assholes’, zoals hij constateert bij het begin van Batallion of Strangers.

De band laat al vroeg de twee prijsnummers The Worker en So Long horen, die de tent tot het kookpunt brengen. Na nog wat nieuwe nummers, sluiten Watts en de zijnen af met het ultieme zaal-op-de-kop-zetter Limbo en de razende uitsmijter Marliese.

Ronan Keating

Terug de heuvel over en we staan voor Ronan Keating, de zanger die in de jaren ‘90 naam maakte met Boyzone en de laatste jaren solo lekker aan de weg timmert. Keating zet een professionele en gelikte show neer. Ondanks de jetlag waar hij toch een beetje last van heeft. Tot twee keer toe vertelt hij dat hij net is overgevlogen vanuit Sydney in Australië en morgen weer terug moet. „It’s crazy.” De charismatische zanger windt het publiek moeiteloos om zijn vinger. Hij danst, hij ouwehoert met zijn band en babbelt er gezellig op los tegen het publiek.

Hij start met de klapper Loving Each Day en If Tomorrow Never Comes en die maken meteen al dat de handjes in de lucht gaan of om de schouder van de ander. En dan lekker meedeinen natuurlijk. Ook het Boyzone-tijdperk komt nog even voorbij in de vorm van Baby Can I Hold You en Father And Son, hoewel dit eigenlijk covers zijn van Tracy Chapman en Cat Stevens. Maakt het publiek niets uit, want de vele (bijna) veertigers op het veld zal het worst wezen. De versie van Boyzone is voor sommigen gewoon de beste.

De Ierse zanger bouwt het feestje verder uit met Brown Eyed Girl van zijn landgenoot Van Morrison, om tenslotte met When You Say Nothing At All en Life Is A Rollercoaster de Retrovrijdag spetterend af te sluiten. „Wel even vermelden dat hij goed kan zingen, he”, stoot een vrouw uw verslaggever aan. Die bevestiging heeft Keating niet nodig. Tijdens zijn optreden begon het wat gevaarlijk te spatten, maar tegen het einde was het gelukkig weer droog. Als je zelfs de weergoden op je hand krijgt met je muziek, dan hoef je daar verder geen woorden meer aan vuil te maken.