Burgemeesterscolumn: De Emslandkampen

Iedereen kent het verhaal van de ‘klok en de klepel’. Je hebt er wel eens van gehoord, maar verder dan wat algemene kenmerken kom je niet. Gedoe in Nieuw-Guinea, de vergeten Indianen in Amerika, vreemde tradities in India en ga zo maar door.

In mijn rijtje passen ook de ‘Emslandkampen’. Ik had het verhaal wel eens gehoord, maar vraag niet te veel. Net over de grens waren er ook een soort concentratiekampen. Op weg naar Meppen zagen we ook wel eens een bordje dat ernaar verwees. En van ‘Esterwegen’ had ik ook wel eens gehoord. Maar dan hield het ook wel zo’n beetje op. En zoals zo vaak in het leven, zet je het maar in een ander hoekje van die veel te drukke zolder in je hoofd.

Tot 26 april van dit jaar. In de Grote Kerk komen dertien inwoners van de gemeente Emmen bij elkaar die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de gemeenschap. Onder hen is Pieter Albers. Hij is 80 jaar en een gepensioneerd leraar. Ook hij had tot 1986 nog nooit van de Emslandkampen gehoord. Hij gaat zich erin verdiepen en schrijft er een prachtig boek over: “Gevangen in het veen”. Als je al een ‘prachtig’ boek kan schrijven over zoveel gruwelijks. In het voorwoord schrijft hij: “Vijftien verschrikkelijke kampen in het Duitse Emsland, net over de grens. Ongelooflijk, zo dichtbij en zo onbekend”.

Voor al zijn werk krijgt de heer Albers meer dan verdiend een lintje. Na afloop praten we wat door over zijn belangrijke studie. Hij nodigt me uit voor een verdiepend gesprek. Die uitnodiging neem ik graag aan. Dat is zo leuk aan het vak van burgmeester: je ontmoet aan de lopende band mooie mensen die je van alles willen vertellen over zaken waar je weinig van weet.

Een paar weken later gaan we eerst zelf maar eens op speurtocht. Van de meeste kampen is niet meer over dan een enkel gedenkschrift. Maar in Esterwegen staat een herinneringscentrum. In dit centrum wordt de herinnering aan alle vijftien Emslandkampen en hun slachtoffers levend gehouden. Als we na een mooie autotocht van een klein uurtje uitstappen, is de parkeerplaats vrijwel leeg. We lopen eerst over een lang voetpad dat met staalplaten is aangelegd. Aan het eind kijken we uit over het veen. Hier moesten duizenden mannen werken tot ze er letterlijk bij neervielen. De gaskamers ontbraken, maar alle andere gruwelijkheden deden zich dagelijks voor.

In het herinneringscentrum lezen we de geschiedenis en de verhalen. In de kampen zijn meer dan 30.000 mensen omgekomen. Vaak willekeurig opgepakte ‘gevangenen’ leden jaren een gruwelijk bestaan. Moord en mishandeling waren aan de orde van de dag.

De verhalen en de foto’s raken ons. Van het kamp zelf is weinig meer te zien. Het heeft wel wat weg van Kamp Westerbork. Als we met de vreselijke verhalen in het hoofd een rondje lopen over het grote buitenterrein, voelen we nog steeds de beklemming. Een verhaal dat we bijna zouden vergeten, als er geen mensen zouden zijn geweest als de heer Albers.

Burgemeester

Eric van Oosterhout