Burgemeesterscolumn: Vrede

Emmen

We leven in een land zonder oorlog. Het lijkt zo gewoon. Ik mag nog wel eens een 100-jarige de hand schudden. Of een echtpaar dat zestig jaar of meer getrouwd is. Die vinden dat niet zo gewoon. In bijna al die gesprekken komt ‘de oorlog’ op een of andere manier terug. Dat is logisch, want de oorlog hakte er ook in Drenthe goed in. In Emmen hebben we 138 ‘struikelstenen’, las ik onlangs in een mooi boekje van de Raad van Kerken. Dat zijn kleine steentjes in de stoep met de namen van de Joden die daar zijn weggevoerd. Je loopt er letterlijk vrij makkelijk aan voorbij. Maar als je iets meer naar beneden kijkt, komt de gruwelijke geschiedenis je letterlijk tegemoet.

In de week waarin Emmen werd bevrijd van die vreselijke oorlog, spelen de wereldheersers gevaarlijke spelletjes. In Syrië gebeuren dagelijks vreselijke dingen. In Emmen vangen we een grote groep Syrische vluchtelingen op. Ik vraag me af hoe zij naar de journaalbeelden kijken van een slepende, haast niet meer te stelpen oorlog. Als ik er al beroerd van word, hoe komen zij de nacht dan door? Wereldleiders als Poetin en Trump gebruiken oorlogstaal die we lang niet hebben gehoord. Amerikaanse raketten moeten een soort vergelding zijn. Maar niemand heeft het idee dat daardoor de vrede ook maar één meter dichterbij komt. In De Bonte Wever in Assen tref ik zaterdag honderden oorlogsveteranen op de jaarlijkse Veteranendag. De JWF-kapel speelt, begeleid door beelden van diverse oorlogen. Als ik ze al indringend vind, wat moet er dan door deze oude mannen heengaan? De meesten hebben drie jaar gevochten in Indië. Mijn vader is dan nooit ver weg. Hij overleed een paar jaar geleden. Ook hij was Indië-veteraan. Het bijna totale zwijgen over deze beroerde periode in zijn leven is haast indrukwekkender dan de verhalen op zich. Hij was het geloof in een deel van de mensheid voorgoed kwijt. Net zoals hij ook nooit meer geloofde in het nut van welke oorlog dan ook. Eerder in de week staan we stil bij de Oorlog in Emmen. Op 10 april vierden we ‘onze bevrijding’. Dat doen we onder anderen met de 92-jarige Edward Szczerbinski. Hij was een jonge Poolse soldaat, die meehielp bij onze bevrijding. Het monument in Noordbarge is een waardige gedenkplaats. Na mijn toespraak loopt Szczerbinksi naar de microfoon. Grijze pantalon, blauw colbertje met tal van onderscheidingen, licht trekkend met een been. Hij pakt een A4’tje uit zijn binnenzak, zonder daar op te kijken. Dan zegt hij uit het hoofd een zelf geschreven gedicht op van negen coupletten, waaronder: “Zo hoog aan de hemel bij zo’n ster Daar lijkt alles zo vredig Hier op aarde met een geweer Voel ik me zo ledig”. Hij hapert halverwege, spiekt even en gaat dan uit het hoofd weer ongestoord verder. Wat een verhaal! Ik heb al heel wat herdenkingen mogen bijwonen. Ik neem dan al jaren mijn vaste versregels mee (Leo Vroman): “Kom vanavond met verhalen Hoe de oorlog is verdwenen En herhaal ze honderd malen Alle malen zal ik wenen.” Burgemeester Eric van Oosterhout

Auteur

Redactie