Burgemeesterscolumn: Kansen

Emmen

Het bordje hangt al jaren op mijn werkkamer, eerst in Gieten, nu in Emmen. Het is van metaal, wit met zwarte emailleletters: ‘A.W. van Oosterhout, aannemer’. Ik ben de zoon van een timmerman. In christelijke kringen maak ik daar nog wel eens een grapje over. Maar het bordje hangt er niet voor niets. Het geeft mij op allerlei manieren inspiratie. Natuurlijk, ter herinnering aan mijn lieve vader. Hij wist er nooit een handige timmerzoon van te maken, maar leerde mij veel belangrijkere dingen: liefde, verdraagzaamheid en humor. Weet waar je vandaan komt. En met hard werken kom je er wel.

Hij was er maar wat trots op dat zijn zoon als eerste (en enige van de grote familie) ging studeren aan de universiteit. Toen ik cum laude afstudeerde, stond hij te glimmen op het bordes van het Academiegebouw. Nu lijkt het zo gewoon; wij maakten zo’n feestje als ouders al vaker mee. Maar voor de generatie van mijn ouders was studeren nog de ‘ver-van-mijn-bed-show’. Ik moet er weer aan denken als ik het Esdal College binnenloop. In de Week van het geld mag ik helpen bij een gastles. Het is de vmbo-afdeling; en er zijn ook leerlingen van het speciaal onderwijs bij. In een leuke les leren ze van alles over verstandig omgaan met geld. Jaren dacht ik op dit soort plekken te gaan werken: in het onderwijs aan de slag met kinderen die net dat steuntje in de rug nodig hebben. Prachtig belangrijk werk. Ik zou nooit de rector worden van het Gymnasium, zoals ik nooit de burgemeester zou worden van het chique Bloemendaal. Maar het leven loopt soms anders. Via allerlei zwerftochten door Onderwijsland, werd ik burgemeester. Maar wel in gemeenten waar de onderwijskansen ook niet voor het oprapen liggen. Zo ben ik ook al jaren de voorzitter van de club wethouders en schooldirecteuren die zich bezighoudt met de Drentse Onderwijsmonitor. We volgen de schoolresultaten van alle leerlingen in Drenthe. Hoe gaat het met lezen en rekenen? Hoe gaat het met zittenblijven? En nu is de vraag: hoe gaat het met de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs. Tijdens een mooie studiemiddag in Meppel bespreken we de uitkomsten. Het advies van de meester of juf op de basisschool blijkt een betere voorspeller dan een toets. Maar het Nederlandse onderwijs biedt weinig ruimte voor ‘vallen en opstaan’. Terwijl het puberbrein juist zo’n last heeft van vallen en opstaan. Kinderen van hoogopgeleide ouders redden het dan vaak wel. Maar het komt vaker voor dat kinderen van laagopgeleide ouders afstromen naar een lager onderwijsniveau. Dat is jammer als ze het hogere niveau eigenlijk wel aan kunnen. De gedachte om de definitieve schoolkeuze uit te stellen is niet zo raar. In goed presterende onderwijslanden zoals Finland weten ze niet beter. Hier stoppen we kinderen al heel vroeg in een vakje. Dat is leuk voor de zoon van een professor, minder leuk voor de zoon van een timmerman. Hij redt het veel minder vaak. Pa zou dit wel ‘een mooi stukje’ hebben gevonden. Burgemeester Eric van Oosterhout

Auteur

Redactie