Kjeld Nuis: ‘Winnen na valse start is gigantisch’

EMMEN/GANGNEUNG

De Emmer schaatsheld Kjeld Nuis mocht zich al tien dagen olympisch kampioen noemen op de 1500 meter, maar vrijdag 23 februari stond zijn andere specialiteit op het menu: de 1000 meter.

Door Marc Slagter Dat is de afstand waar Nuis vorig jaar al de wereldtitel op haalde. Op dezelfde baan waar hij op 13 februari geschiedenis schreef, won de Emmenaar deze keer met 0,04 seconde verschil zijn tweede gouden medaille tijdens de afgelopen Olympische Spelen in Zuid-Korea. Nuis schaatst komend weekend het WK sprint in China. De tweevoudig olympisch kampioen wordt op zondag 8 april gehuldigd in zijn woonplaats tijdens de 4 Mijl van Emmen. Een terugblik met Nuis op zijn gouden 1000 meter. Net als bij de 1500 dacht iedereen dat je ook de 1000 meter wel even zou winnen. Hoe was die druk voor jou? "Die druk was echt tien keer zo groot! Ik was best wel ontspannen in aanloop naar de 1000 meter. Er viel natuurlijk ook een last van me af na mijn goud. Maar ik had mij zo gestort op die 1000 meter omdat ik de laatste twee jaar bijna alles gewonnen heb, waaronder de wereldtitel. Daardoor voelde het gewoon als mijn afstand. Het moest dus nu ook gebeuren. Maar tot aan de start had ik alles tegen! Ik zat in de laatste rit, maakte een valse start en had ook nog een slechte laatste kruising. En Lorentzen had daarvoor ook nog een 1.07 gereden. Het was het gewoon allemaal net niet. En dan toch lukt het me om te winnen. De ontlading was daarom ook enorm groot, ook bij mijn coach Jac Orie. In de laatste rit op de Olympische Spelen beginnen met een valse start en het dan toch doen is echt gigantisch! Ik kon die druk toch loslaten op het moment dat het moest. Daar ben ik misschien nog wel het meest trots op!" Maar die valse start kwam eigenlijk wel goed uit? "Ik was ook wel blij met die valse start, maar het was meer de gedachte direct daarna dat we nog een keer moesten starten. Maar toen ik bij de eerste start mijn schaats in het ijs schopte, voelde ik gewoon dat het ijs brak. Ik stond niet lekker. Op dat moment weet je dat je kunt vallen als je vol weggaat, omdat je achterste been weg kan glijden. Bij de tweede start vernam ik direct dat mijn schaats nu wel goed stond, waardoor ik mijn rust wel weer kon pakken. En daarna kwam de snelste opening die ik ooit gereden heb op de 1000 meter. Dat had ik nooit verwacht." Was je geschrokken van de tijd van Lorentzen? "Die was hard, maar ik ben er niet echt van geschrokken. Zeker na mijn opening van 16.3 wist ik dat ik harder kon. Maar mijn bocht liep daarna niet lekker en dan loop je net achter de feiten aan. Dat voelde ik tijdens mijn race ook, dat het ‘m net niet helemaal was. En dat ik met zo’n race dan toch de winst pak, maakt het alleen maar mooier. Maar het was niet de race waar ik op hoopte. Dat maakt nu gelukkig niks meer uit!" Je vriendin en familie zaten op de tribune. Hoe was dat? "Het was echt zo gaaf dat ze er waren! Ik krijg zoveel steun van hun. De avond van tevoren kwamen ze aan. Ik heb toen samen met Jill en mijn vader nog een kop koffie gedronken in het olympisch dorp. Ik had ze nog niet gezien en dus ook nog niet de kans gehad om mijn winst op de 1500 meter even samen te vieren. Dat was een heel bijzonder moment. Dat had ik ook even nodig. De volgende dag in het stadion zag ik ze allemaal in die oranje kleding er een feestje van maken. Toen ik na mijn race hun reactie zag en vooral die van Jill, toen hield ik het ook niet meer droog. Goud winnen op de Olympische Spelen is alles wat ik ooit gewild heb en dat het er dan nu uitkomt, met mijn familie op de tribune, dat was echt te gek!" Wat verwacht je van het WK sprint? "Lorentzen is de te kloppen man. Ik moet ervoor zorgen dat ik het verschil op de 500 meter niet te groot laat worden. Ik moet gewoon nog vier keer vlammen. Mijn doel is natuurlijk om op het podium te eindigen."

Auteur

Redactie