Burgemeesterscolumn: Alaaf

Emmen

Hij kijkt met grote ogen naar alles wat er voorbij komt. Mooi koppie, jaar of twee. Veilig bij moeder op de arm. Hij is verkleed als tijgertje op de ‘motor’ gekomen. Maar nu is het toch wel een beetje spannend. Al die gekke mensen, al die kleuren, al die gekke wagens en ook al die muziek.

Zo stond ik ruim een halve eeuw geleden ook langs de kant. In mijn jeugd gingen we bijna elk jaar naar Brabantse familie om de carnavalsoptochten te bekijken. Breda, Oudenbosch, Bergen op Zoom, we waren erbij. Het maakte altijd diepe indruk.Toen we naar Zwolle verhuisden, ging ik het carnaval nog meer waarderen. Als je vijftien bent, is vijf dagen feesten met de voetbalclub en de klas niet zo’n opgave. Een eenvoudige boerenkiel aan, wat ongein om je nek en hossen maar. “Ik ben een Zwollenaar, een echte Zwollenaar, bekijk mijn vingers maar. Onder de Peperbus, is het leven toch zo knus.” Ik zing het nog zo mee. Als burgemeester in Aa en Hunze pik ik het carnaval weer op. In Gasselte zit een heel actieve carnavalsvereniging: ‘Meulndob’. De burgemeester wordt geacht de sleutel van de ‘stad’ over te dragen. Dat gaat altijd over en weer met een hoop ongein gepaard. Er wordt op een gegeven moment zelfs een carnavalswagen voor mij gemaakt: “Geen feest als Eric niet is geweest”. In Emmen sla ik het carnavalsfeest ook niet over. Dat kost wel wat meer inspanning. Want van vrijdagavond tot maandagmiddag gaat het los. De sleutel is een paar weken geleden al overgedragen op een leuke middag in Barger-Compascuum. Op vrijdagavond knip ik letterlijk een lintje door in Emmer-Compascuum. “Het feest kan beginnen, want wij zijn binnen”, klinkt een bekende carnavalshit. Was het maar binnen. Want het is stervenskoud. Dat lijkt de pret niet te drukken. Een enorme stoet prachtig verlichte wagens trekt door het dorp. Ik mag in de kopauto zitten. Zo nu en dan stappen we even uit. Het publiek geniet volop. Na dik twee uur zijn we weer ‘binnen’. Zaterdag begin ik al vroeg in Weiteveen. De stoet is iets kleiner, maar de pret niet minder. Ik maak een rondje op de wagen van de Prins. Samen brengen we een bosje bloemen aan de oudste bewoner. ’s Middags krijg ik een mooie rondleiding langs de stoet van Zwartemeer. Ook hier valt het plezier op als de lange stoet zich in beweging zet. Ik blijf nog even kijken, om daarna door te gaan naar Barger-Compascuum. Daar is de kleine optocht van start gegaan. Maandag mag ik daar het kanon afschieten voor ‘Rosenmontag’. Zondag loop ik met de Prins en de Prinses langs bijna honderd wagens in Barger-Oosterveld. We eindigen bij de wagen van de Raad van Elf. Daar houd ik een kort toespraakje, om de lange stoet weg te schieten. Vijf dorpen, vijf optochten, vijf feesten. Complimenten voor al die clubs die dit mogelijk maken. Veel mensen zijn de week begonnen met een grote glimlach. Bijvoorbeeld de burgemeester en een klein tijgertje. Burgemeester Eric van Oosterhout

Auteur

Redactie