Heden & Verleden: Kind van de vijand

Emmen

Meer dan honderd Nederlandse kinderen leven in vluchtelingkampen in de woestijn. Ze zijn door hun ouders meegenomen naar het islamitische Kalifaat en slachtoffer geworden van een verloren heilige oorlog.

Ze werden gehersenspoeld door IS en leerden om te gaan met geweren en bommen. Deze oorlog lijkt ver van Drenthe, maar is toch zo dichtbij dat we dagelijks de beelden zien. Op onze schermen zien we kleuters die moeten overleven met weinig eten, slechte hygiënische omstandigheden en geen kans om naar school te gaan. Vinden we het terecht dat de kinderen van de vijand leven in een land vol geweld? Toen de nazi’s in 1945 verslagen waren vierde men overal in het land de vrijheid. Vlaggen kwamen tevoorschijn, er werd gedanst en gezongen, maar tussen het feesten door was er ook ruimte voor wraak. Met NSB’ers en andere aanhangers van de Duitsers werd snel afgerekend. Ze werden uitgescholden en in elkaar geslagen. Meisjes die verliefd waren op de vijand werden bestraft met vernedering en buitensluiting. Deze ‘moffenmeiden’ of ‘hunebedden’ werden kaalgeschoren en met pek ingesmeerd. In Drenthe woonden naar verhouding veel NSB’ers en na de oorlog werden er duizenden van deze ‘foute Nederlanders’ ondergebracht in kampen zoals voormalig doorgangskamp Westerbork. Mannen, vrouwen en kinderen werden opgesloten en mishandeld. Ze kregen vaak weinig eten en geen medische zorg. In kamp Westerbork stierven in de eerste maanden na de oorlog tientallen zieken, bejaarden en kinderen door ondervoeding en onhygiënische omstandigheden. Er heerst bij ons in Drenthe nog steeds een taboe op dit deel van ons oorlogsverleden. Toen ze weer vrijgelaten werden, bleef het leven voor de kinderen van ‘foute ouders’ zwaar. Ze werden veelvuldig buitengesloten en gepest. Niet alleen door leeftijdsgenoten, maar ook door volwassenen. De ouders waren ‘fout’ en daarom werden ook hun kinderen uitgekotst door de samenleving. Ze liepen trauma’s op waarmee ze nog altijd worstelen. Sommige nakomelingen van ‘foute ouders’ zijn tegenwoordig verenigd in de Stichting Werkgroep Herkenning en afgelopen weekend kwamen zij in het nieuws. Ze streven er namelijk naar om kinderen van Nederlandse IS-strijders terug naar huis te halen. Een hele klus, want ze nemen het op tegen de regeringscoalitie. De minister wil deze kinderen niet naar Nederland halen, maar ze ter plekke proberen te helpen. De meningen in het land zijn opnieuw scherp verdeeld en dus is het gesprek hierover onvermijdelijk. Eén ding is nu alleen wel zeker: door het op te nemen voor deze kwetsbare groep houden de nakomelingen van ‘foute ouders’ ons nu een spiegel voor. Als geen ander weten zij wat deze kinderen doormaken en nodigen onze generatie uit om naar onze principes en geschiedenis te kijken. Aan ons de vraag: volgen we angst of kiezen we liefde? De tijd zal het leren. Docent en schrijver Richard Zuiderveld

Auteur

Redactie