Heden & Verleden: Wie dit leest is niet gek

Emmen

Welk boek uit uw jeugd kunt u zich nog herinneren? Las u misschien de avonturen van Dik Trom of Harrie Potter? Kent u de klassiekers als Kruistocht in Spijkerbroek of moest u op school al Turks fruit lezen? Misschien kunt u zich nog een boek herinneren dat u niet weg kon leggen. Verstopt onder de dekens of in een hoekje op de bank verdween u in de fantasierijke wereld van de schrijver. Uw ogen schoten over de bladzijdes terwijl u in uw hoofd afreisde naar verre landen, onontdekte planeten of vervlogen tijden. Helden, monsters en schurken kwamen tot leven en speelden met uw emoties.

Verhalen lezen is onbetaalbaar, want het stimuleert ons inbeeldingsvermogen. Onze fantasie brengt ons overal en het maakt alles mogelijk. Toch moesten mensen het honderdduizenden jaren lang zonder het schrift doen. Verhalen, kennis en roddels werden rond het vuur verteld of op muren geschilderd. Ongeveer 5000 jaar geleden begon men in het Midden-Oosten tekentjes te ontwikkelen. Eerst werden de krabbels gebruikt voor de handel, maar later ook om wetten en gebeurtenissen op te schrijven. Als een soort magie kunnen we vanaf dat moment de gedachten, verhalen, ideeën en dromen van onszelf en anderen terugvinden op steen, papier of in een computer. Als onze lichamen tot stof zijn vergaan, galmen onze woorden door tot in de eeuwigheid. Zelfs op dit moment leest u mijn gedachten en staan wij met elkaar in contact. Maar lezen is niet meer van deze tijd. Ja, u leest het goed: jongeren lezen steeds minder en slechter. Vorige week bleek weer uit de cijfers dat slechts 40 procent af en toe een boek las in 2016. Ik denk echter dat dit cijfer nog lager ligt. Toen ik op mijn school aan jongeren vroeg of ze zich in het nieuwsbericht herkenden, gaf maximaal 10 procent van de leerlingen aan dat ze dagelijks in een boek lezen. “Lezen is saai”, zei de ene. “Sociale media is veel interactiever”, zei de ander. “Er zijn veel leukere dingen te doen, zoals series kijken of gamen.” Dat zijn ook allemaal prachtige bezigheden, maar ik betwijfel of ze daar mooie zinnen van leren formuleren. Is het dan zo’n ramp dat jongeren minder lezen? Het lijkt een luxeprobleem, tot we beseffen dat veel kinderen moeite hebben met het begrijpen van teksten. Vergeet u niet dat het zonder enige taalvaardigheid onmogelijk is om een diploma te halen. Ook zullen de tekstontwijkers straks worstelen met het begrijpen van belastingformulieren, stembiljetten, nieuwsberichten en zelfs e-mails. In mijn vrije tijd schrijf ik kinderboeken, geef ik lezingen en vecht ik ervoor om lezen en schrijven onder de aandacht te brengen bij jongeren. Misschien kunt u ook helpen om de jeugd te leren genieten van een mooi boek. Trek de stekkers van de computer en tv eruit, lees voor of ga samen lezen op de bank. Al zouden we één jongere besmetten met het boekenvirus dan hebben we al gewonnen. De filosoof Voltaire schreef namelijk ooit: “Het uitlezen van een goed boek is als afscheid nemen van een goede vriend.” Ik zou het jammer vinden als veel kinderen deze vriend nooit zullen ontmoeten. Docent en schrijver Richard Zuiderveld

Auteur

Redactie