Heden en Verleden: Welkom wolf

Emmen

De sieraden van Zuidoost-Drenthe zijn haar beeldschone natuurgebieden. Sinds ik hier woon heb ik mijn hart verloren aan de bossen, de heide en het veen. Vooral in de ochtend, als de mist nog tussen de bomen hangt, ademt de natuur rust en mysterie.

Het is dan ook niet gek dat onze voorouders wilde verhalen vertelden over de noordelijke wouden. Tijdens de prehistorie werden offers gebracht aan natuurgoden en in de middeleeuwen bibberden velen bij de gedachten aan Witte Wieven of Dwaallichtjes. Niemand kwam ‘s nachts op een kruispunt in het bos, want dan had je grote kans om de Duvel tegen het lijf te lopen. Gelukkig laten we ons tegenwoordig niet meer gek maken door bijgeloof en spookverhalen. Of toch wel? De wildste verhalen gaan namelijk alweer rond over een nieuwe angst die onze regio bedreigd: de wolf. Dit roofdier is vorige week weer gesignaleerd op de Veluwe, maar ook de boswachters van Zuidoost-Drenthe maken zich weer klaar voor de heerser van de wildernis. Vorig jaar nog werd er eentje aangereden in de buurt van Veeningen. Niet zo gek dat ze hier willen wonen, want onze bossen zijn er uiterst geschikt voor. Verspreid over heel Nederland zouden zelfs zo’n twintig roedels kunnen overleven. Misschien loopt er een koude rilling over je rug als je dit leest, want de oeroude angst voor dit roofdier zit nog diep in onze genen verscholen. Dat is niet zo gek, want als kinderen horen we verhalen van Roodkapje en De Wolf en de Zeven Geitjes. Gelukkig zijn echte wolven van nature schuwe dieren. Ze voeden zich met reeën of zwijnen en alleen in hoge uitzondering zouden ze een schaap of geit te pakken kunnen nemen. Om deze reden werd de laatste wolf in Nederland in 1881 geschoten en die angst is deels terecht, maar het probleem is opgelost als het vee ’s nachts achter hekken met schrikdraad staat. Ik zie het als een enorm compliment voor de Nederlandse natuurbescherming als we de wolf weer zouden kunnen verwelkomen. Daarvoor ben ik ook absoluut niet bang. De vraag is eerder: moet de wolf niet bang zijn voor de mensen in Nederland? Als ik met mijn hond in het bos loop kom ik namelijk veel meer andere gevaren tegen. Zo worden we vaak al snel overrompeld door de honden-uitlaatservice met een hele roedel van hitsige reutjes die massaal op ons afstormen. Ik moet de honden soms zo van haar aftrekken als een vader van een tienerdochter die de jongens bij de deur weg moet slaan. Om maar te zwijgen over de oudere vrouwen die je uren aan de praat houden en ruiters die over de zandpaden galopperen. Regelmatig moet ik ook een quad ontwijken die over zandheuvels scheurt, maar mijn grootste vijand van de wandelaar is vooral de mountainbiker. Vooral mannen van in de veertig, wiens strakke pakjes gevuld worden met een buikje, zien zichzelf als koning van het bos. Ze komen vanuit het niets, scheuren langs je heen vanuit het niets en worden boos omdat ze hun bos moeten delen. Laat de wolf dus maar komen, alleen heb ik zo het gevoel dat hij banger voor ons moet zijn dan wij voor hem. Schrijver en docent Richard Zuiderveld

Auteur

Redactie