Marchje Wijnstra: ‘Dit werk voelt als vakantie’

OOSTERHESSELEN

Marchje Wijnstra (62) staat bij de Oosterhesselerbrug te praten met een aantal schippers van pleziervaartuigen die daar liggen afgemeerd. De begroeting is allerhartelijkst. "Rij maar achter me aan naar de Hesselerbrug. Ik moet daar nog even wat boten doorlaten en dan kunnen we rustig praten. Een collega neemt deze brug zo even over."

Door Mariëlle de Vries De Oosterhesselse springt op haar blauwe bedrijfsfiets en fietst richting de volgende brug. Daar komen net een drietal boten aangevaren. Ze parkeert haar stalen ros bij haar huis tegenover de brug en loopt naar het bedieningspaneel. Met een sleutel en een paar drukken op de knop laat ze de slagbomen zakken en gaat de brug open. De boten passeren. Er wordt gezwaaid en een vriendelijk woord gewisseld. Even later zitten we in de tuin bij het brugwachtershuis aan de koffie met koek. "Ik ben dit jaar veertig jaar brugwachter", zegt ze met een gulle lach. "Erin gerold en ik zou nooit iets anders meer willen.’

Brug pachten

Wijnstra werd jong moeder. "Ik was een tienermoeder. Achttien jaar oud, toen wij onze dochter kregen. We woonden in Hoogeveen en mijn zwager werkte voor de provincie. Hij vertelde dat ze brugwachters zochten en of dat niet iets voor mij was. We waren jong en hadden geen rooie cent. Dus dat leek me wel wat. We konden dit huis, wat we inmiddels gekocht hebben van de provincie, en de brug pachten. Ik woon hier dus ook al veertig jaar op deze heerlijke plek. Daar zijn we heel gelukkig mee." In het begin was het best zwaar. Brugwachter zijn. "Je woont buiten het dorp en ik wilde het eerste jaar wel kruipend terug naar Hoogeveen. Je kon geen kant op met twee jonge kinderen, waarvan er eentje naar school ging. Ik bedien nu twee bruggen, maar toen hoefde ik maar een brug te bedienen. We hadden een plek om te wonen, geld voor levensonderhoud en we konden ook op vakantie. We pachtten de brug, dus als we weg wilden, dan hingen we een briefje op in het dorp en waren er altijd wel jongeren die de brug wilden draaien."

Leger des Heils

Voor Wijnstra is haar werk echt een zomerbaan. "Ik werk van april tot november. Ik vind dit echt zomerwerk. Ik heb een auto tot mijn beschikking, maar ik gebruik eigenlijk altijd de fiets. Ook als het regent, dat maakt me niks uit. Mij doe je geen plezier met in de auto of binnen zitten. En het contact met de mensen vind ik leuk. Als toeristen in de buurt van de brug aanmeren en er blijven liggen dan maak ik een praatje met ze. Ik fungeer dan ook wel een beetje als VVV. Vertel waar de leuke dingen zijn, prijs de plaatselijke pizzeria, supermarkt en kroeg aan. Het is werk, maar het voelt als vakantie. En in de winter verveel ik me ook niet. Dan doe ik veel vrijwilligerswerk. Onder meer bij het Leger des Heils." Een groot aantal passanten ziet ze elk jaar weer. "Het zijn toch vaak de oudere mensen die een eigen boot hebben. In de zomer soms gezinnen met kinderen die een boot hebben gehuurd. Meestal zijn het mensen die al heel lang varen. Dat van huis uit hebben meegekregen. Een boel toeristen komen ieder jaar weer langs. Dan leer je ze kennen. Ik geniet van het menselijk contact. Voor mij is dit echt een lot uit de loterij. Als mijn zwager me niet gevraagd had, weet ik niet wat ik anders geworden zou zijn. Dat ik dit al veertig jaar doe heeft alles te maken met dat ik van dit werk geniet en houd. En de Provincie Drenthe is een goede werkgever. Ik heb niks te klagen."

Auteur

Marielle de Vries