Column Coevorden Verbindt: Zomertijd

Emmen

U leest hier wekelijks een column van een lid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden. Deze week is wethouder Joop Brink aan de beurt.

Juli en augustus zijn op het gemeentehuis relatief rustige maanden. Wat door moet gaan gaat door, maar er is wel meer tijd. Die gebruik ik zelf graag om een paar keer mee te lopen met medewerkers. Je kunt immers van alles bedenken achter een bureau, maar het is prettig om te ervaren hoe het in de praktijk werkt. Het is donderdagmiddag en ik maak me op om naar Beilen te gaan. Ik ga mee naar een gesprek van onze jeugdconsulenten. Moeder en twee kinderen wonen tijdelijk in een trainingssituatie, waar de moeder wordt geholpen met haar opvoedvaardigheden. Ik ben ruim op tijd in Beilen, dus ik kan op de parkeerplaats nog wat informatie doornemen. Ik rij een stilstaande auto voorbij en kijk uit naar een vrije parkeerplaats. Ineens hoor ik gekraak van blik en een schurend geluid van twee auto’s die elkaar treffen in een ongewenste ontmoeting. De stilstaande auto was in beweging gekomen, maar had mij niet meer gezien. Het begint hard te regenen, we maken snel kennis en wisselen gegevens uit. Hij is 25 jaar, komt uit Beilen en staat naast zijn tot in de puntjes verzorgde sneeuwwitte Audi A3. Hij is er sneu van. We spreken af dat ik na mijn afspraak bij hem thuis kom, zodat we aan de keukentafel de verzekeringspapieren kunnen invullen. Nog steeds in de regen parkeer ik mijn auto en loop naar de ingang. Daar staat onze jeugdconsulent al te wachten. Het gebouw, een ‘observatie- en trainingscentrum’, maakt een wat gedateerde indruk, maar het voelt er warm en prettig. Er is veel reuring van volwassenen en kinderen. De moeder ontvangt ons zelf en samen met haar begeleider en gezinsbehandelaar gaan we naar de overlegruimte. In het gesprek merk ik dat moeder ervaring heeft met hulpverleners en hun taal al behoorlijk goed spreekt. Ik vraag me af of dat een goed of een slecht teken is. Haar jongste kind zit bij haar op schoot. Een schat van een jongen, ongeveer een jaar oud met mooie krullen en donkerbruine ogen. Hij is net wakker en kroelt tegen zijn moeder aan. Je ziet dat het in de basis wel goed zit. Je ziet liefde en een basis van vertrouwen tussen de moeder en haar kinderen. Dat blijkt ook uit het gesprek. Daar merk ik dat het ook de basis is voor de hulpverleners. Ze gaan uit van wat er al is en wat goed gaat, en helpen moeder weer een paar stappen verder. Er worden afspraken gemaakt over wat ze nog moet oefenen, over de school waar de kinderen na de zomer naartoe gaan en nog veel meer. Ik zit duidelijk naast een aantal zeer gemotiveerde medewerkers. Opvoeding en veiligheid staan voorop en het geeft me een goed gevoel. We nemen afscheid, ik wens moeder en kinderen veel succes met het vervolg en dank hun voor hun gastvrijheid en vertrouwen. Het weer blijft druilerig. Op de parkeerplaats staat mijn gedeukte auto. Het is maar blik. Ik zoek een schadeformulier en het adres van de bestuurder van de witte Audi op. Aan de keukentafel in Beilen wordt de schade afgehandeld. Onderweg terug naar Coevorden denk ik aan het jongetje met de krullen en donkere ogen, op schoot bij zijn moeder. Het ga ze goed. Wethouder Joop Brink

Auteur

Redactie