Burgemeesterscolumn: Waterpistool

Emmen

Als ik het schoolplein op loop, zie ik hem al staan. Een jaar of 8, leuk koppie. Een iets te grote rugzak, die opmerkelijk vol zit. Gymspullen, eten, wellicht een boekje? Voor de rest is het plein helemaal leeg.

Dat klopt wel. Want de burgemeester is gevraagd een studiedag te openen voor het schoolteam. En dan zijn de kinderen meestal vrij. Hij is vast vergeten het briefje aan mama te laten lezen. Maar dacht mama dan vanochtend niet: wat zijn er weinig kinderen die naar school lopen? Ik sla een arm om het mannetje heen. Hij staat nog steeds wat verbouwereerd om zich heen te kijken. “Nee, er is vandaag geen school”, zeg ik. Meestal beginnen kinderen dan te juichen. Maar nu staat het huilen hem nader dan het lachen “En mama is al weg”, zegt hij met een bibberend stemmetje. De burgemeester is er voor meer dan honderdduizend inwoners, maar zeker voor verdrietige mannetjes. We lopen samen naar juf, die het tafereeltje al glimlachend stond te bekijken. Ze troost hem professioneel. Precies de goede balans tussen een aai over de bol en het “komt allemaal goed”. Ik zei het vroeger ook tegen onze meiden: “als papa er is, kan er niks gebeuren”. Dat was niet helemaal waar. Want papa’s liggen ook wel eens wakker van enge mannen in bosjes, hardrijdende vrachtauto’s en ingeslikte knikkers. Maar mijn toverwoorden hielpen altijd erg goed tegen enge beesten onder het bed. Er wordt even naar huis gebeld. Mama blijkt toch nog thuis. Gelukkig. We kunnen aan de slag met de studiedag.Ik was hem eerder tegengekomen. Toen had hij meer praatjes. Het was die dag bloedheet. Freek de Jonge zou zeggen: “tot zover was er niets aan de hand”. De commissie Dorpsbelangen had bedacht om de nieuwe burgemeester het dorp te laten zien vanaf een platte kar. Leuk. Terwijl de zon goed zijn best doet, rijden we langzaam door het dorp. Daar hoort ook een rondje om de school bij. In de verte zie ik ze al staan: al gauw een artillerie van een jongetje of tien met enorme waterpistolen. Navraag bij mijn neefje leert dat die dingen ‘super soaker’ heten: “daar word je heel nat van, Eric”. Langzaam rijdt de kar richting school. Ik schat het slagveld in. Als deze vrienden echt gaan spuiten, houden we geen draad aan ons lijf droog. Mijn colbertje hangt nog in het dorpshuis. Maar ik zit niet echt in mijn zwembroek, en ik heb nog een druk vervolgprogramma. De kar nadert de rand van het schoolplein. “Waag het eens”, roep ik net iets te bars. Het vuurpeloton is even van de wijs. Wat krijgen we nou? “Geen gein mannen, denkt erom”. Ze laten hun geweren zakken en volgen wandelend onze route. Op iedere hoek van het schoolplein worden de soakers weer gericht, maar ze schieten niet. Wat een keurige kinderen. Ik weet niet of wij in onze jeugd zo goed geluisterd hadden. En al helemaal niet als we de burgemeester in het vizier hadden. Burgemeester Eric van Oosterhout Lees meer columns van burgemeester Eric van Oosterhout

Auteur

Redactie