Gemeentegedicht: Dominee en Koopman

Emmen

In ‘t huis mijns vaders, preekt de dominee,

is plaats genoeg voor vele woningen. De makelaar voelde beloningen en dankte voor dit goddelijk idee. Hij offerde een extra grote duit en zong vol overgave lofgezangen. Hij droomde reeds van bouwen en behangen en swingend liep hij toen de kerkdeur uit. Het Godshuis zwijgt na bijna honderd jaar. De organist speelt nog zijn laatste werk. De ouderlingen en het kosterspaar, verlaten voor het laatst het heilig perk. Verstijfd, verlaten staan zij bij elkaar; De grote beren van de Zuiderkerk. © Bertus Beltman © www.gemeentedichteremmen.nl

Auteur

Redactie