Nieuwe serie over Wildlands: Jungletocht zonder kapmes

Emmen

De ZuidOosthoeker schrijft samen met bioloog Wijbren Landman van Wildlands Adventure Zoo Emmen een serie over het leven in Wildlands. Over ontwikkelingen, achtergronden of bijvoorbeeld nieuwe dieren. Vandaag gaat het over zes bijzondere diersoorten in de tropische kas Rimbula.

Door Vincent Trechsel Wildlands kreeg afgelopen zomer felle kritieken over diens dierenbestand. Geruststelling voor alle parkbezoekers is dat de dieren die er nu rondlopen, deel uitmaken van het zogenoemde basisplan. Beetje bij beetje wordt het aantal dieren, dan wel diersoorten, opgekrikt. De makkelijkste wereld om dat in te doen is Jungola, met zijn twee tropische kassen. Wie in Rimbula – de grote tropische kas van Wildlands - dieren wil zien, moet daar wel een beetje zijn best voor doen. Net als in een echte jungle, is het idee. In Rimbula zijn olifanten, drie apensoorten en lori’s de blikvangers, maar toch zijn de minder zichtbare dieren het speuren waard. Neem nou de dieren bij de wachtrij van de boottocht. Het verhaal wil dat daar het vliegtuig van de fictieve vogelkenner Jim is neergestort. Diverse vliegtuigonderdelen liggen verspreid in de wachtrij en in uitgerekend die vliegtuigonderdelen leven zes uitheemse diersoorten.

Schimmel

Misschien wel het meest bijzondere dier van die zes is de bladsnijdersmier, die in een zeer gestructureerde samenleving van maximaal acht miljoen mieren leeft. Werksters verlaten het nest op zoek naar een blad of bloem, knippen er na vondst een stukje af en brengen het terug naar het nest. Daar zijn andere mieren die de levering in fijne stukjes kauwen en het resultaat in een zogenoemde schimmelculture proppen. Die massa verschimmelt, waardoor er na verloop van tijd een soort paddenstoeltjes op groeien. Die paddenstoelen dienen als voedsel voor de mieren en zo verbouwen zij hun eigen voedsel. Alle mieren hebben een functie en bij zo’n functie hoort een bepaalde grootte. Koninginnen zijn bijna 2,5 centimeter groot, terwijl de kleinste mieren slechts drie millimeter zijn. Toch hebben die kleintjes een heel belangrijke functie. Zij reizen op het blad met een werkster mee en beschermen de werkster tegen parasietvliegen, die maar wat graag een ei willen leggen in de mier. Ook de zogenoemde soldaten zijn flinke jongens. In enkele landen in Zuid- en Midden-Amerika wordt de beet van een soldaat gebruikt om bij mensen een wond te dichten. Ideaal hechtmateriaal wanneer naald en draad ontbreken. Bij bladsnijdersmieren is de koningin de baas. Haar taak is het leggen van eieren. De hele dag door. Dat zij leeft is cruciaal, want zonder koningin stelt een mierenkolonie niets voor. Sterker nog, een kolonie van 8 miljoen mieren legt binnen no-time het loodje wanneer hun koningin de pijp uit is. Mieren staan daarom via hun antennes constant met elkaar in contact. ‘Ze leeft nog hoor’, lijken ze elkaar bij elk contact gerust te stellen. Gelukkig voor de kolonie kan de koningin twintig jaar worden.

Gif

In Rimbula is ook één van de gevaarlijkste dieren op aarde te vinden: de gouden pijlgifkikker, in het Latijn Phyllobates terribilis. Het diertje – zo’n vijf centimeter groot – is de giftigste in zijn soort en behoort tot de giftigste van alle dieren. Dat gif halen ze uit giftige mieren en kevertjes, die op hun beurt giftig worden na het eten van giftige planten. Het gif wordt bij de kikker in klieren in de huid opgeslagen. Indianen wrijven met een pijlpunt over de rug van een kikker, waardoor het dier gif afscheidt. Vandaar ook de naam pijlgifkikker. Indianen kunnen vervolgens met hun blaaspijp makkelijker een hert of aap doden. Een vijfde van een milligram gif is genoeg om een mens te doden, terwijl het gif van één enkele kikker potentieel dodelijk is voor zo’n vijftig mensen. In Wildlands staan bij de gifkikkers andere – niet giftige – kevertjes op het menu, waardoor de amfibieën daar lang niet zo giftig zijn. Welke inwoner van Rimbula ook giftig is, is de Mexicaanse roodknievogelspin. Vogelspinnen hebben enorme giftanden, maar zijn voor mensen niet gevaarlijk. Hooguit de brandende haartjes die een spin bij gevaar met zijn achterpoten los wrijft, kunnen een irriterende werking hebben. Hun jachtmethode is de prooi bespringen en doodbijten. Ze zijn zo sterk dat ze niet zo giftig hoeven te zijn. Vogelspinnen eten vooral krekels en kakkerlakken en niet zoals de naam doet vermoeden vogels, al laat een vogelspin een pasgeboren muisje of onschuldig vogeltje niet links liggen. Waar de meeste spinnen in Nederland geduldig in een web hangen, leeft de vogelspin op de grond. Wel maakt de spin – maximaal 8 centimeter groot – gebruik van webdraden om eigen eieren te verpakken en om een soort struikeldraad te spannen. In het territorium van de vogelspin zijn links en rechts van die webdraden aangelegd, die alle met elkaar en de spin in verbinding staan. Aan de hand van trillingen op het web en op de grond – vogelspinnen hebben zeer gevoelige poten – beoordeelt de spin of er een prooi of een bedreiging aankomt. Handig dat ze alles op tast kunnen, want hoewel ze acht ogen hebben, zien vogelspinnen slechts wat vage silhouetten wanneer hen iets passeert.

Zwangerschapstest

De wachtrij is verder gevuld met madagaskardaggekko’s, die eerst in de Vlindertempel vertoefden, maar daar nog wel eens een vlindertje verschalkten, waaierhandgarnalen die met hun bijzondere poten piepkleine voedseldeeltjes uit het water filteren en klauwkikkers, die – het klinkt wat middeleeuws – voorheen door mensen als zwangerschapstest werden gebruikt. Zoöloog Lancelot Hogben ontdekte in 1927 dat de Zuid-Afrikaanse klauwkikker bijzonder geschikt bleek voor een zwangerschapstest. Het dier werd geïnjecteerd met urine van een mogelijk zwangere vrouw. Als de vrouwtjeskikker enkele uren later eitjes legde, was de vrouw zwanger. De kikkerproef, jarenlang het synoniem voor een zwangerschapstest, werd in rap tempo populair vanwege het snelle en verbluffende resultaat. De test werd nog efficiënter door gebruik te maken van kikkers die van kleur veranderen bij hormonale veranderingen. Dat ging als volgt: bij een gewone groene kikker werd de hypofyse – een klein orgaan in de kop – verwijderd, waardoor de amfibie een geelwitte kleur kreeg. Een inspuiting met urine van een zwangere vrouw bracht de groene kleur terug. Vanaf 1969 gebruiken mensen proefdiervrije manieren om een zwangerschap vast te stellen.

Auteur

Redactie