Poepende nijlpaarden baren Wildlands kopzorgen

Emmen

Ondanks verwoede pogingen van Wildlands houden de nijlpaarden in klimaatwereld Serenga het water in hun bassin lekker vies. Gevolg: de dieren zijn onder water nauwelijks te zien.

Tekst en foto: Vincent Trechsel Het park is nu ruim drie maanden open en de nijlpaarden hebben het water in hun bassin zien veranderen van kraakhelder blauw naar algengroen. De zon en het warme water waarin de dieren zwemmen zijn daar de oorzaak van. Hét recept voor versnelde algengroei. En vertelt Hendrik Jan Posthuma, projectleider van Wildlands, bovendien: “Nijlpaarden poepen veel, het liefst in het water. Hun uitwerpselen geven het water een bruine kleur.”

Poepresten

Er moest wat veranderen, oordeelde het park. Het gevolg was vorige week een leeg bassin, gevuld met een paar bouwlieden van Waterleidingmaatschappij Drenthe (WMD) die de nodige aanpassingen aan het bassin hebben verricht. “De dode hoeken zijn weggewerkt, zodat uitwerpselen zich nergens kunnen ophopen”, begint Annemoreen Ooms, persvoorlichter van de WMD, haar uitleg. “De stroming is veranderd zodat vuil meer wordt meegenomen in de zuivering en er is Nano coating op de ramen aangebracht. Dat is een extra laagje waardoor alg en poep-resten niet kunnen blijven plakken.” “Die nacht werd het bassin gevuld en de volgende morgen konden de dieren weer te water”, vertelt Posthuma. Het resultaat mocht er zijn. Net als na de opening van het park was het water mooi blauw en het zicht op de dieren bleek goed, getuige ook het filmpje dat Wildlands via eigen social media verspreidde. Dat iemand vol ongeloof reageerde en beweerde dat het filmpje eerder was opgenomen, maakt het resultaat des te verbluffender.

Glaswand

Al een dag later is het water weer groen en dwarrelen de poepresten als vanouds rond. Niet dat dat gek is, want de acht nijlpaarden in Wildlands poepen twee kubieke meter per dag – zeg zo’n 25 kruiwagens vol. Het gevolg is dat de nijlpaarden onder water niet te zien zijn. Het zicht op een dier dicht bij de glaswand wil nog wel, maar zodra het nijlpaard wegzwemt, verdwijnt het silhouet vrij vlot in de algenmassa. “De aanpassingen zullen niet direct zichtbaar zijn”, doceert Ooms. “Zoiets heeft tijd nodig. Als dit niet lukt, moeten we verder zoeken.” Ook Posthuma gooit het op de tijd en noemt het testen in en aanpassen van het verblijf ‘geen exacte wetenschap’. “Het water kleurt soms bruiner dan andere keren. Dat is ook afhankelijk van het voer dat de nijlpaarden krijgen. Als ze alle acht het water ingaan en net gevoerd zijn, zie je het water langzaam bruin kleuren. Zijn de dieren een tijdje uit het water, kleurt het water langzaamaan weer blauw.” Posthuma vervolgt: “We kunnen het water niet zomaar een blauwe kleur geven. Het is een proces. We halen de mest eruit, die we overigens voor ons groen gebruiken en voegen ozon toe aan het water. Ozon – een blauwachtig gas – wordt in de waterfabriek aan het water toegevoegd en komt volledig opgelost in het nijlpaardenbassin. Ozon doodt de bacterie; de bruine kleur die je ziet.”

Auteur

Redactie