Wietske Drenthen: 'We vervelen ons nooit'

Schoonebeek

Het was donderdag feest in woon- en zorgcentrum De Anloop in Schoonebeek. Willem Drenthen (88) en Wietske Drenthen-Huls (87) zijn na 65 jaar huwelijk nog steeds erg gelukkig met elkaar.

Door Mayke Bos Willem en Wietske ontmoetten elkaar in het kerkje aan het Dommerskanaal. "Zij ging naar de meisjesvereniging en ik ging naar de knapenvereniging. Zij was toen vijftien en ik zestien", vertelt Willem. Er ontstond een goede vriendschap, die later overging in een verkering. Tijdens de verkeringstijd ging Willem naar Indië. "Ik wilde graag bij het Rode Kruis, want als iemand een ongeluk krijgt dan laat ik diegene nooit in de steek", legt Willem uit. Hij vertrok als hospik naar Java en verbleef daar drie jaar lang. Ze konden elkaar in die tijd alleen maar brieven schrijven. "Die stapel brieven heb ik nog steeds", zegt Willem. Soms leest hij ze nog eens door.

Grote liefde

Een jaar nadat Willem terugkeerde uit Indië, trouwde hij met zijn grote liefde Wietske. "Wij trouwden met acht andere echtparen tegelijk, dat ging toen nog zo", vertelt Wietske. Ze kregen twee zoons en een dochter: Bennie, Frans en Wilma. Zestig jaar lang woonden ze in Zandpol en inmiddels zijn ze acht kleinkinderen rijker. Samen dansten ze veel. Volksdansen, maar ook stijldansen in Nieuw-Amsterdam. "Dan zeiden de jongens: Willem, daar ga je weer! Dan deden we de joep en dan ging dat been omhoog, hup de lucht in. Prachtig was dat, dat dansen", glundert Willem. Helaas kwam er in 1998 abrupt een einde aan het dansen toen Wietske viel tijdens het gymnastieken. Sindsdien ligt ze behoorlijk in de kreukels. "Ik brak mijn arm, mijn been en mijn rug. Met mijn ruggenwervels is het nooit meer goed gekomen", vertelt Wietske. Toch weet zij niet van opgeven en maakt er het beste van. "Ze vroegen hoe ik het zo lang met hem heb volgehouden. Toen zei ik: dat moet je maar aan Willem vragen!" Ze kijkt hem lachend aan. Willem begint ook te lachen. "Ik zei toen: ’t giet net an. Niet zeuren, maar doorpakken", grapt hij. Toch zijn ze nog altijd gek met elkaar. "Jazeker, we vervelen ons nooit samen. Ik heb hem altijd geholpen en nu helpt hij mij", zegt Wietske.

Auteur

Redactie