Gemeentgedicht: De doktersassistente

Emmen

Haar vingers zoeken in mijn pols een ader.

Dan telt ze, zwijgend, pulsen van mijn hart. De laatste zeventig van drie miljard. Dat zet ze op haar laptop in een kader. Hardop verklaart ze mijn gezondheid nader. De bloedruk noemt ze een geval apart. Ze vreest dat mijn verstand ook wat verwart. Het hersenbeeld vertroebelt, het wordt kwader. Zij ziet mijn hele leven voor zich staan, de dreiging ook van voetangels en klemmen. Kan ik die, vraag ik, misschien overslaan? Het noodlot, zegt ze, laat zich moeilijk temmen met pillen, poeders, lepels levertraan. Zij is nog jong, zij leeft nog zonder remmen. © Bertus Beltman © www.gemeentedichteremmen.nl

Auteur

Redactie