Gemeentegedicht: Voor even

Emmen

In stille verwondering ontmoet ik

een schoongewassen wereld, die 's ochtends als een onbeschreven blad voor mij ligt en mij de adem beneemt. Verdwenen de demonen die ik vannacht vergeefs bevocht, nog onkundig van het wonder dat zich om mij heen ontvouwde. Dan trekken vogels, zoekend naar voedsel, hun voren. Het ongerepte wit laat door zijn eerste barsten heen een donkere onderlaag zien. De eiken op het veld neigen hun besneeuwde kroon. Zij weten dat deze smetteloze wereld zich weer zal voegen naar wat was. © Geja Casu © www.gemeentedichteremmen.nl

Auteur

Redactie